Weetjes

Over Sint Nicolaas en de herkomst van gebruiken


Hoe oud is Sint Nicolaas?
Sinterklaas werd in het jaar 270 in Demre (nu Turkije) geboren met de naam Nicolaas van Myra. In de kinderogen wordt hij in 2019 dus 1749 jaar oud. Als kinderen vragen hoe het komt dat hij zo’n uitzonderlijk hoge leeftijd bereikt heeft is zijn antwoordt steevast; ‘Zolang kinderen in mij blijven geloven, blijf ik bestaan.’


Beschermheilige.
Hij werd katholiek opgevoed en was heel vriendelijk. Hij hielp veel mensen die hulp nodig hadden en werd al op 17 jarige leeftijd bisschop, waarmee hij de jongste bisschop aller tijden is. Sint Nicolaas staat bekend als de beschermheilige van kinderen, ongehuwde vrouwen, kooplieden en is de schutspatroon van zeelieden. Veel kerken in Nederland dragen zijn naam en flink wat havensteden hebben Sint Nicolaas nog steeds als beschermheilige.


5 of 6 December?
We vieren Sinterklaas op 5 december. Sinterklaas is op 6 december in het jaar 342 gestorven, en zoals bij alle heiligen van de katholieke kerk worden zij op hun sterfdag geëerd. Maar waarom vieren we het dan de vijfde? Heel vroeger begon de volgende dag al om 7 uur ‘s avonds. We vertellen tegenwoordig aan de kinderen dat 5 december pakjesavond is, en Sint op 6 december zijn verjaardag viert. Komt wat geloofwaardiger over aangezien de goedheiligman springlevend ieder jaar opnieuw Nederland vanuit Spanje aandoet.


Komt Sint uit Spanje?
In 1087 werden de beenderen van Sint Nicolaas verplaatst door Italiaanse vereerders naar Bari in Italië. Bari was lang in handen van Spanje. Handelsschepen in de zestiende eeuw vervoerden kostbare geschenken en lekkernijen vanuit Spanje naar andere landen, waaronder Nederland. Dit is waarschijnlijk de reden dat wij  later hebben aangenomen dat Sint Nicolaas uit Spanje komt, en zingen daarom dan ook; ‘Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan’. Ja, met de boot, zoals vroeger ook de handelsschepen afgeladen met geschenken en lekkernijen Nederland aandeden. Allemaal heel logisch, want als schutspatroon van de zeelieden kan je natuurlijk niet met het vliegtuig aankomen.


De knechten van Sint.
Sint Nicolaas had persoonlijke dienaren genaamd pages. Dit waren Moorse vrije jonge mannen (en dus geen slaven) die tegen betaling werkzaamheden verrichten. De outfit die de Pieten nu dragen is de typische 16eeuwse kleding voor pages.


De herderstaf.
De staf die Sinterklaas altijd bij zich heeft is van bisschoppelijke komaf en staat symbool voor de kerkelijke macht van de bisschop. Het symbool van de herdersstaf staat voor de pastorale zorg die de bisschop voor al zijn gelovigen heeft.


Onderdrukking.
Twee eeuwen lang vierden Nederlandse katholieken het sinterklaasfeest stiekem. Tijdens de reformatie vonden de protestantse bestuurders het verafgoden van een katholiek maar niks, was dit verboden en strafbaar, en dus gingen sintvierders ondergronds.


Goedheiligman.
Het woord goedheiligman is een ander woord voor goed-hylik-man, wat ‘goed-huwelijksman’ betekent. Hij is aan deze titel gekomen door drie dochters van een arme boer aan een bruidsschat te helpen. Het verhaal gaat dat hij drie buidels met gouden dukaten in hun schoenen liet deponeren. Met het goud konden zij, voorzien van een bruidsschat, trouwen en was hun eer gered.


Strooien van pepernoten.
Het strooien van pepernoten vindt waarschijnlijk haar oorsprong in het feit dat men vroeger geloofde dat met het strooien van snoepgoed de goden gunstig gestemd werden.


Chocolade- en banketletters.
Als kinderen op school in de middeleeuwen een letter van het alfabet hadden leren schrijven, kregen ze die letter in brooddeeg gebakken mee naar huis. Tijdens de sinterklaasviering werden cadeautjes onder een doek gelegd met daarop de eerste letter van de naam voor wie het bestemd was. Hoe het gebruik van banket- en chocoladeletters naar de sinterklaasviering is overgewaaid, is onbekend. Er doen een hoop verhalen de ronde, maar echt zeker weet niemand het.


Modern jasje.
Moderne sinterklaaszaken zoals bijvoorbeeld de stoomboot, zwarte piet, tabberd en staf werden geintroduceerd door de Amsterdamse schoolmeester Jan Schenkman. Hij schreef in 1850 een boek over het sinterklaasfeest en sindsdien vieren we het massaal op de manier zoals meester Jan het omschreef.


Liefdessnoepjes.
Speculaas en marsepein waren vroeger liefdessnoepjes. Was een jongen verliefd op een meisje, dan kreeg ze een figuurtje in één van deze twee lekkernijen. Vaak was het een ventje of een hartje. Wanneer het meisje de jongen niet mocht, brak ze het figuurtje in twee. Vandaar ook de uitdrukking “iemand zijn hart breken”. Een taai-taai pop werd dan weer cadeau gedaan aan iemand die je niet mocht.


Door de schoorsteen.
Uit vertellingen van vroeger kan worden opgemaakt dat Sint Nicolaas als gulle gever van cadeautjes en lekkernijen niet gezien wilde worden. Vandaar dat hij ze in het donker met Piet door de schoorsteen bracht. Ook de god Wodan hield op deze manier contact met de mensen op aarde. Wellicht ligt daar de oorsprong van dit gebruik. Sint Nicolaas wordt vaker met deze god vergeleken.


Sinterklaas Kapoentje.
Kapoentje betekende vroeger vreemde drommel, deugniet, schurk, bandiet en nog vele andere dingen. Het woord kapoentje is afgeleid van het oude scheldwoord ‘kampoen’. In de negentiende eeuw werd een populair verhaal uitgebracht met in de hoofdrol ‘Klaes Kapoen’, een deugniet.


Dichten en rijmen.
Het dichten en rijmen is met Sinterklaas een typisch Nederlands gebruik. Het is begonnen als begeleiding van een plaag-cadeautje. Als een boer de laatste oogst binnenhaalde gaven de buren hem een ui of aardappel met een plagend gedichtje erbij. Deze plagerij is overgewaaid naar de surprises en gedichten die tijdens het sinterklaasfeest aan elkaar worden gegeven.


Amerigo.
Het paard van Sinterklaas in 1986 was een politiepaard dat Jasper heette. In 1990 is dit paard vervangen door Amerigo. In 2014 is de echte Amerigo met pensioen gegaan, maar voor alle kinderen in Nederland blijven de nieuwe paarden van Sinterklaas gewoon Amerigo heten.


Sinterklaas of de Kerstman?
Sinterklaas en Santa Claus zijn eigenlijk één en dezelfde persoon. In Nederland, België en Frans Vlaanderen kennen wij hem als Sint Nicolaas. In Duitsland heet hij Sankt Nikolaus en Father Christmas in Groot Brittannië. Toen de kolonisten zo’n 200 jaar geleden zich in Noord-Amerika vestigden is dit verbasterd naar Santa Claus als een mengeling van Sankt en Klaas. Hierbij is volgens Brits gebruik aan Santa de kerstperiode toebedacht. Heden ten dagen houden wij, althans in Nederland, Duitsland en België, vast aan twee afzonderlijke personages die elkaar wel kennen, maar geen verbintenis met elkaar hebben.